Digitaal vs. analoog

Factory 6 - Striking audio design | Digitaal vs. analoog
Digitaal vs. analoog

Overal waar ik kom en waar muziekliefhebbers weten wat voor bedrijf ik heb krijg ik hem geheid een keer of 3 om m’n oren…

“Analoog is beter dan digitaal”, of als ik in Den Haag ben “ik luistâh allêên nog ma viniel gek is veel mooiâh”.

Het moment dat mensen zichzelf een “echte purist”, “auditief hoogstaand” of “audiofiel” gaan noemen zoek ik snel de grootste bak met borrelnootjes op om daar een leuke avond mee te hebben.

Digitaal vs. analoog, let the battle begin!

Waarom zijn mensen zo gefixeerd op analoog?

Ik master voor mijn werk heel wat af, de ene keer doe ik dat zoals ze noemen “in the box” dus volledig in de computer. De andere keer doe ik dat “out the box”, door mijn analoge circuit heen.

Wanneer ik wat doe hangt af van wat er met het product gebeurd. Het doel heiligt de middelen.

Om erachter te komen wat er beter is moet je natuurlijk wel weten wat er met je geluid gebeurd op het moment dat je het digitaliseert of analoog houdt.

Signalen zoals licht en audio, zijn analoog. De definitie van een analoog signaal is: “een signaal dat in principe traploos waarden kan aannemen in een continuüm”.

Daar schieten we geen fluit (is ook analoog ;-)) mee op.

De omschrijving van een digitaal signaal is: “een signaal waarbij principieel slechts een beperkt aantal discrete niveaus mogelijk is”.

Duidelijk duidelijk, maar wat zegt het nu eigenlijk…

Het belangrijkste verschil tussen analoog en digitaal is de manier van verwerken. Digitaal wordt het oorspronkelijke signaal teruggebracht tot bits (enen en nullen), die altijd getrapt of sprongsgewijs zijn. Het zijn namelijk alleen enen en nullen, er zit niets tussen.

Bij analoge technologie is het signaal traploos.

Hoewel bijna niemand meer CD’s gebruikt, is de audiokwaliteit van cd´s nog altijd de meest gebruikte standaard voor digitale audio. Om analoge audio in digitale audio om te zetten, wordt het analoge signaal op vaste tijdintervallen gemeten. Dit heet de sampling rate, oftewel de hoeveelheid samples per seconde.

Deze hoeveelheid is belangrijk voor de kwaliteit van een opname: hoe meer er gemeten wordt, hoe getrouwer de weergave van de originele, analoge signaal zal zijn.

De sampling rate voor CD’s is 44.1 kHz, wat wil zeggen dat er 44.100 samples per seconde worden gemaakt. Wat we niet moeten vergeten is de bit diepte (bit depth).

Hoe meer bits, hoe nauwkeuriger we een waarde aan de meting kunnen geven. Zo bestaat een 4 bits signaal uit alle unieke combinaties die we met 1en 0 kunnen maken (0001, 0010, 0100, 1000, 0011, etc.). Bij CD’s is er een standaard van 16 bits. Simpelweg omdat er niet meer informatie op het schijfje past.

Kort door de bocht zou je kunnen zeggen dat geluid analoog is en omgezet moet worden naar digitaal. Alles wat je moet converteren wordt slechter, want het is een “rip-off”van het origineel.

Je zou kunnen zeggen 1-0 (haha) voor analoog.

Of 15 – love, wat jij wil.

De strijd digitaal vs. analoog gaat verder…

Dr. John Beerends beweert in een artikel voor HVT (een hoogstaand audio vakblad) dat digitaal beter is dan analoog.

Staat het nu gelijk 1 – 1 John?

Nope, de moeilijkheid zit hem in de uitvoering van digitaal naar analoog, het omzetten dus.

De digitale signalen moeten met exact dezelfde frequentie en fase omgezet worden als bij de omzetting van analoog naar digitaal.

En laat het in die uitvoering nog wel eens fout gaan.

Wat is het probleem nu eigenlijk?

Ons oor heeft een zeer groot dynamisch bereik, maar ons oor kan in samenwerking met de hersenen zeer zachte geluiden waarnemen tijdens hoge geluidsniveau´s.

Dit betekend dat je altijd hoort wat een digitale bron doet: stoorsignalen produceren en fase veranderen. Dat komt door die uitvoering die wel eens misgaat.

Om dit te compenseren hebben allerlei slimme mensen in witte jassen met veiligheidsbrillen op dingen bedacht om deze foutjes te maskeren.

2 – 0 voor analoog dus, op naar de overwinning!

Geloof in alle gevallen je eigen oren en nogmaals het doel heiligt de middelen.

Het doel heiligt de middelen?

Een radiocommercial mixen met de mooiste analoge apparaten gaat niemand horen, zelfde geldt voor jingles. Dat komt omdat er bij radio en televisiestations gebruikt gemaakt wordt van eindprocessing. De Orban zegt je misschien wel iets. Dat apparaat hakt een gedeelte van je met liefde gemixte laag weg om over het hoog maar te zwijgen.

Plus het signaal wordt ingepakt verzonden en uiteindelijk door allerlei mooie technieken weer uitgepakt tot het signaal dat jij hoort of ziet.

In the box mixen voor dit soort media is (in mijn optiek) beter dan analoog, want het verschil hoor je niet. En digitaal mixen is sneller en goedkoper dan analoog.

Bijkomend voordeel is dat, mocht de klant met wijzigingen komen dan is het digitaal makkelijker in te stellen dan analoog. Je kunt immers je settings goed zetten, sessie saven en klaar. Al open je drie jaar later dat bestand nog eens, de settings staan exact zoals tijdens je laatste save. Dat heb je met analoge apparaten niet.

Voor audio dat live gebruikt wordt ben ik een groot voorstander van analoog. Het laag is echt laag en het hoog is echt hoog. Het geluid is in mijn beleving rustiger en klinkt voller dan digitaal…

Echter neem ik mijn analoge circuit weer op met de computer dus we zijn weer terug bij af… denk ik. Conclusie van digitaal vs. analoog. Trust your ears!

Ik ga borrelnootjes eten.